Aanbieding!

Seizoensaanbieding Nu hoort, ik zal een nieuwe zang beginnen : Bekende en minder bekende verzen uit de rederijkerstijd – Eugeen de Bock

Oorspronkelijke prijs was: € 2,95.Huidige prijs is: € 1,48.

Verzending Gratis verzending vanaf € 60,00 Voor bestellingen vanaf dit bedrag
Afrekenen Veilig afrekenen SSL beveiligde betaalpagina
BETAALMETHODEN Betaalmethoden
Artikelnummer: SK0014562-NL20260525-082845 Categorie:

Beschrijving

Bekende en minder bekende verzen uit de rederijkerstijd (bloemlezing)

Marnix Pocket 27

Rederijkerswaren amateurdichters en voordrachtkunstenaars die zich vanaf delate middeleeuwengingen organiseren in verenigingen. In de 19e en 20e eeuw herleefde dit soort vereniging.

De rederijkers waren een groep mannen van burgerlijke en adellijke komaf, meestal uit dezelfde stad of provincie, die regelmatig bijeenkwamen om poëzie voor te dragen. Zij sponsorden ook publieke festivals met parades en toneelspektakel. De rederijkerskamers spiegelden zich daarbij aan al bestaande broederschappen uitArtesië.

De eerste Nederlandstalige ‘kamers’ ontstonden inVlaanderen. De eerste rederijkersgezelschappen werden opgericht in de eerste helft van de vijftiende eeuw.Den BoeckuitBrusselwerd aan het begin van de vijftiende eeuw opgericht en is waarschijnlijk de oudste rederijkerskamer.

Bron: Wikipedia, De vrije encyclopedie

Recensie:
De beste wijze om ‘Rederijkers eerherstel’ (Knuttel) te bezorgen, is ongetwijfeld hun werk voor dichtlievende lezers toegankelijk te maken: poëzie vindt haar voltooiing bij aandachtige lezing. Het dichtwerk der Rederijkers geniet een zekere faam als voer voor filologen, maar staat niet bekend om zijn aantrekkingskracht op een breed, modern lezerspubliek. Het moet daarom een even stoutmoedige als prijzenswaardige onderneming heten, dat de Vlaamse literatuur-historicus Eugeen De Bock het heeft aangedurfd een bloemlezing samen te stellen uit de Rederijkerspoëzie, voor deze gelegenheid gestoken in een fleurig pocket-pakje en omgespeld naar moderne trant. In zijn inleiding verwijst hij verwijtend naar de Fransen die hun klassieken kennen en eist hij aandacht op voor ónze Rederijkers, die als stambewuste burgers onze taal hebben behoed voor het bij de aristocratie ingeburgerde Frans (De Bocks visie in dezen is niet ongelijk aan die van de Groot-Nederlander Geyl). Hij vraagt onze liefde voor de Rederijkerspoëzie om haar menselijkheid en omdat het hem aantrekkelijk lijkt ‘in deze eeuw van voortschrijdende desintegratie nog eens naar de tijd terug te keren waarin dichtkunst nog volkszaak was’. (p. 19). Een volkse en zeer menselijke gemoedswarmte treft inderdaad ook de moderne lezer in de beste der hier bijeengebrachte Rederijkersgedichten. Dat De Bock de term ‘Rederijkerstijd’ nogal ruim opvat en b.v. ookHeer HalewijnenHet daget in den oosten opneemt, dat hij zich niet strak aan de chronologische orde houdt, zal de ongeoefende lezer minder hinderen dan de zuinigheid aan toelichting en annotatie. Die lezer zou wellicht meer gebaat zijn met minder meer toegelichte gedichten.

F. van Tartwijk

Bron:Boekbespreking DBNL 1966

Zie voor verdere TOELICHTING ook de ACHTERZIJDE van het boek !

Auteur: Eugeen de Bock (1889 – 1981)
ISBNr: – – geen – – / MP2506535