Beschrijving
(Nieuwe onveranderde uitgave volgens 1767)
Echt genade
„Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.” 2 Korinthe 8:9
Deze weldaad van geestelijke genezing wordt aan Gods uitverkoren volk toegediend. De apostel noemt dit terecht een genadewerk, als hij zegt: „Gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus.” Was er in ons iets dat zoiets verdiende, zo moest hij gezegd hebben: „Het is door u, en niet uit genade.” Maar nu staat de genade vast, en die is vrijwillig aan de mens bewezen. Zo is het nu alles door Christus’ verdiensten, Die zegt: „O, Mijn God, Uw wil doe Ik graag, en Uw wet is in het binnenste van Mijn ingewand” (Psalm 40:9). Wij waren dit niet waard. „Want uit vrije genade zijt gij zalig geworden. Niet uit u, maar door het geloof, niet uit de werken, opdat niemand roeme” (Efeze 2:8; Romeinen 11:6). Is het uit de werken, zo is het niet uit genade; anders is het werk geen werk meer. Is het genade, zo is het dan niet uit de werken; anders is de genade geen genade meer. Nu volgt de verzekering: „Gij weet het.” Deze wetenschap was in hen eerst slechts beschouwend, en daarna vermengd met het geloof en de godzaligheid. Het is de eigen plicht van al Gods kinderen de Heere te kennen, waarin het eeuwige levenbestaat (Johannes 17:3). Zij kennen Mijn stem (Johannes 10:4), Die daar zegt: Dit is de weg, wandelt op dezelve.
J. van Lodenstein, predikant te Utrecht
Zie voor verdere TOELICHTING ook de INHOUDSOPGAVE van het boek !
| Auteur: | gepredikt door … Jodocus van Lodensteyn (1620-1677) |
| ISBNr: | — geen — = Antiek 1887 |





