Beschrijving
Deel 5: Naar huis. Een Troostboek voor (stervenden) reizigers naar de eeuwigheid.
INLEIDEND WOORD
Aan het slot van zijn heerlijk dichtstuk „De Schepping’ heeft onze Ten Kate de volgende regelen neergeschreven: Dat was min bede, of vóór min dood Een leste en beste lied mocht trillen, Waar al min denken, weten, willen, Min hoofd en hart in overgoot, Tot lof des Goeden, Wazen, Sterken, Die lied en liefde en leven geeft, Wiens glorie in Zin werken leeft En in de werken Zijner werken. O God, Gij schonkt mijn beê gehoor. Thans U de dank als eens de bede ! De zeeman hangt, zoo pas ter reede ‘t Nog vochtig kleed in ‘t tempel-koor. Zóó leg ik, met een heilig beven, Min dichtpen aan Uw voetbank neer. Neem, Schepper, uit genade weer Wat Ge uit genade hebt gegeven. Een dergelijke dankbare stemming vervult ook mij, nu ik het laatste deel van min Christus Consolator ter perse mag zenden en een arbeid voltooid mag zien, die mij, met het oog op min leeftijd en de uitgebreidheid der behandelde stof, wel eens metstille vrees vervulde. Maar God heeft mij kracht en opgewektheid tot deze taak verleend……….
Auteur: dr J.H. Gunning J.Hzn





