Beschrijving
UIT DE DIEPTE : 1887-1888 (= Deel 2)
( 52) Leerredenen door de predikanten der Nederduitsche Gereformeerde Kerken (Doleerende)
Waarvan dr. A. Kuyper (1837-1920) de leidende figuur was. (George Puchinger Collection)
De hele serie bestaat uit de 3 delen met elk een 52 leerredenen:
1.) Uit de diepte : 1886-1887 (= Deel 1)
2.) Uit de Diepte : 1887-1888 (= Deel 2 welke thans wordt aangeboden)
3.) Uit de Diepte : 1888-1889 (= Deel 3)
Bij deel 1 staat aanvullend: en hun trouwe medebroeders in de lokalen gehouden
Bevat preken (Leerredenen) van:
F.P.L.C. van Lingen, T.H. Woudstra, L.H. Wagenaar, J. Bajema, J.H. Houtzagers, D.J. Karssen, H. Hoekstra, J.J. Westerbeek van Eerten, A.H. den Hartog, J.H.M.G. Wolf, J.C. Sikkel, N.A. de Gaay Fortman.
De bundel geschriften die in deze uitgaven zijn bijeengebracht, zijn herkomstig uit de kerken welker ontstaan te danken valt aan de beweging, bekend onder de benaming Doleantie.
In 1886 heeft zich in het Hervormd Kerkgenootschap een ingrijpende breuk voltrokken. Velen konden zich onmogelijk verenigen met de in dat kerkgenootschap bestaande situatie; zij brachten ernstige bezwaren in tegen de door de be turen gegeven leiding. Zij begeerden vast te houden aan de aloude belijdenis, gelijk deze was neergelegd in de drie formulieren van enigheideid te werk te gaan naar de regelen overeenkomstig de Dordtse kerkorde van 1619. Uit deze kring kwamen in het genoemde jaar enige kerkeraden openlijk in verzet. Zij weigerden bepaalde vanwege de synode uitgevaardigde voorschriften na te komen. Het was daarbij niet de bedoeling zich van het kerkgenootschap af te scheiden. Doch uitgaande van eigen verantwoordelijkheid en zelfstandig recht, waarop zij aanspraak maakten, beklaagden zij zich en meenden zij daadwerkelijk te mogen optreden. Op onderscheidene tijdstippen deed dit geval zich voor in de kerken van Koot-wijk, Kollum, Reitsum, Leiderdorp en helemaal in het laatst van het jaar bij een belangrijke groep in de kerk van Amsterdam. Deze kerken zochten contact met elkander en kregen vervolgens van diverse kanten in het land steun en aanhang. Tezamen waren zo zij het die binnen en tegenover het kerkgenootschap daadwerkelijk zich beklaagden, doleerden.
Niet onbelangrijk was de steun, welke de inteekening op deze preekbundels gaf in het eerste jaar aan de Kerkelijke Kas te Amsterdam, en vervolgens, nadat de Reformatie ook in andere kerken van ons land tot stand was gekomen, aan de Gemeene Kas tot ondersteuning van hulpbehoevende kerken en tot stijving van te lage predikantstraktementen. Deze kas ontving reeds eene bate van meerdere duizenden guldens.
Zie voor verdere TOELICHTING ook de TITELPAGINA van het boek !





