Beschrijving
Reina, een predikantsdochter, een meisje uit een Christelijk gezin, moet naar een neutrale H.B.S., een eindje van haar woonplaats af, zoodat ze geregeld met den trein heen en weer moet reizen. De neutrale H.B.S. brengt haar in conflicten, niet met de leeraren of het onderwijs — daarvan wordt niet gesproken – maar met de andere leerlingen, die meestal uit een gansch ander milieu komen. Die conflicten worden door haar eigen fouten, als jaloerschheid, drift, schaamte voor haar beginsel enz. nog vermeerderd, alsmede door den nijd van Hetty Vermeulen, die niet verdragen kan, dat Reina vriendin wordt van de rijke Connie Berkel van Ravensteyn. Bij haar ouders vindt ze den noodigen steun en wordt ze ook gewezen op haar voorrechten tegenover het ijdele der wereld. Connie komt onder den indruk van den rijkdom van het Christelijk, huiselijk leven en zelfs haar vader, die door haar ook met Ds. Elsinga, Reina’s vader, in aanraking komt, leert de leegte van eigen leven inzien. Met verschillende meer of minder interessante bijzonderheden wordt het tot een boeiend geheel. — Dit is een echt Christelijk verhaal met een heel natuurlijk verloop der gebeurtenissen. De rijkdom van het Christelijk leven tegenover de ijdelheid van den werelddienst komt er in uit, zonder dat er buitengewone dingen voorvallen. De illustraties zijn van Jeanne Faure. Jammer, dat de omslag noch van teekening noch van kleuren fijn is. De korte zinnetjes en de losse verteltrant maken het tot een genoegen, het verhaal te lezen. Niet heel natuurlijk is het gebed van Reina: “Heere, we zijn zoo bang voor vleermuizen en zwerver, maar Gij kunt ons beschermen” (blz. 1(7). Ze is niet meer zóó jong of ze kan wel begrijpen, dat veel vreeselijker dingen haar dreigden als men ze niet vond, dan vleermuizen, en natuurlijker is dan ook, wat ze zegt (blz. 69): “Als we hier nu eens van honger moesten ……”. De geredde hond en de ruïne zijn wel meer gebruikte onderwerpen, maar ze zijn hier goed bij elkaar gevoegd. De strekking is zeker, om de jeugdige lezeres uit het Christelijk gezin te wijzen op haar groote voorrechten. De schittering van het wereldleven verblindt zoo gauw het oog en doet vragen: “waarom is mijn weg door allerlei verboden omtuind, en dan is het goed, eens duidelijk belicht te zien, hoeveel dat Christelijke leven vóór heeft. – Tegenover de eenzaamheid van Connie komt daarbij de rijkdom van het familieleven uit. Ook Marie Velt en haar moeder hebben hier een juiste plaats en helpen mee om Reina te doen zeggen: “ik ben toch de rijkste van allemaal.” Dat er geen ongewone en plotselinge bekeeringen in komen, maar desniettemin de rijkdom van het Christelijk leven getoond wordt, achten wij een groote verdienste. Wij aarzelen geen oogenblik dit prachtige boek met warmte aan te bevelen.
Boekbeoordeling van Kinderlectuur voor de Zondagsschool door de Commissiën van “Jachin”, 1929
(Heleen (van Ramshorst) is pseudoniem van Heleen van Ramshorst-Callenbach 1894-1969)
Zie voor verdere TOELICHTING ook de TITELPAGINA van het boek !
| Auteur: | door Heleen ; met tekeningen van Jeanne Faure |
| ISBNr: | — geen — |





